Header afbeelding van kijker over water

> Werkgevers

Werkgevers

Zie hier de digitale calculator berekent premiekorting voor werkgever

Werknemers zijn een cruciale factor in uw organisatie. Door scholing behoudt of verbetert u de kwaliteit van uw werknemers en uw bedrijf. Opleiden is winst, zowel voor u als werkgever als voor de werknemer.

Scholing van uw medewerkers werkt. In hen investeren is investeren in uw bedrijf. Een investering die zich terugbetaalt. In een wereld die constant verandert is het essentieel dat werknemers zich blijven ontwikkelen om van waarde te zijn voor hun organisatie. De kennis, vaardigheden en diploma's van medewerkers worden steeds belangrijker. Veel opleidingen laten zich prima combineren met werk. Bovendien kan de praktijkervaring die mensen hebben opgedaan, de opleidingsduur vaak verkorten.

Scholing wordt beloond. Klik hier voor Financieel Voordeel

Vijf redenen om te investeren in scholing

Investeren in kennis geeft u niet alleen recht op subsidies en fiscale voordelen. Het levert uw organisatie ook andere voordelen op die kunnen bijdragen aan het succes van uw onderneming:

  • Scholing tilt uw bedrijf naar een hoger niveau. Beter geschoold personeel leidt tot betere kwaliteit en dienstverlening.
  • Scholing houdt u scherp. Stilstand is achteruitgang in de huidige wereld waar (technologische) ontwikkelingen elkaar in rap tempo opvolgen. Door te investeren in kennis blijft u de concurrentie een stap voor.
  • Scholing verhoogt de productiviteit. Werknemers zijn beter gemotiveerd en het ziekteverzuim daalt.
  • Scholing motiveert en bindt werknemers aan uw bedrijf. Goed (geschoold) personeel is moeilijk te vinden. Door werknemers op te leiden zorgt u voor doorstroming van uw personeel en houdt u toch de ervaring en kennis binnen het bedrijf.
  • Scholing is goed voor uw reputatie. Het laat zien dat uw bedrijf maatschappelijk verantwoord onderneemt.

Het Leerwerkloket Drechtsteden helpt u uw opleidingsvraag adequaat in te vullen. Op basis van úw vraag wordt een passend opleidingsaanbod gemaakt. Uw medewerkers blijven werken en volgen tegelijk een opleiding. De combinatie werken en leren wordt ook wel ‘duaal leren’ genoemd.

Heeft u vragen klik hier

Wet Werk en Zekerheid en BBL leerlingen

Wat houdt de Wet Werk en Zekerheid in en wat betekent dit voor werkgevers met BBL leerlingen?

In het regeerakkoord is de Wet Werk en Zekerheid (Wwz) afgesproken. De wet is van kracht sinds 1-1-2015.

Wet Werk en Zekerheid (Wwz)

Het doel van de Wet Werk en Zekerheid is om bij te dragen aan een fatsoenlijke arbeidsmarkt. In de wet worden wijzigingen doorgevoerd op drie terreinen:

  •  Het versterkt de rechtspositie van flexwerkers.
  •  Ontslag wordt sneller, goedkoper en eerlijker.
  •  De WW wordt er meer op gericht om mensen weer snel aan het werk te krijgen.
Proeftijd

Arbeidscontract < 6 maanden  geen proeftijd
6 maanden < arbeidscontract < 2 jaar  1 maand proeftijd
Arbeidscontract ≥ 2 jaar  2 maanden proeftijd
Ketenregeling
Er bestaan grote verschillen in de behandeling van werknemers met vaste en flexibele contracten. Flexwerkers krijgen meer zekerheid en kunnen eerder doorstromen naar een vaste baan.
Vanaf 1 juli 2015:

  •  Flexwerkers moeten na 2 jaar aanspraak kunnen maken op een vast contract. Nu is dat 3 jaar.
  •  Tijdelijke contracten worden als opeenvolgend gezien als zij elkaar met een tussenpoos van 6 maanden of minder opvolgen. De tussenperiode is momenteel 3 maanden.
  •  Versterking rechten oproepkrachten (loondoorbetalingsverplichting)

Minimaal 1 maand voordat het contract afloopt, moet de werkgever schriftelijk de werknemers melden, dat het contact afloopt. Dit ondanks dat er in het contract staat, dat het contract volgens rechtswege stopt. Vergeet een werkgever dat, dan zal hij de werknemer een maand extra salaris moeten betalen.

Loondoorbetalingsverplichting

Roept de werkgever de oproepkracht op, maar kan het werk niet verricht worden? Of roept de werkgever de oproepkracht niet op terwijl er wel werk is? Dan heeft de werknemer recht op loon voor de uren waarvoor hij is opgeroepen of opgeroepen had kunnen worden.

Ontslagrecht

Het ontslagrecht wordt eenvoudiger, sneller en minder kostbaar voor werkgevers. Vanaf 1 juli 2015 komt er één vaste ontslagroute. Bedrijfseconomisch ontslag en ontslag door langdurige arbeidsongeschiktheid gaat via het UWV. Ontslag om andere redenen gaat via de kantonrechter.

Transitievergoeding

Vanaf 1 juli 2015 hebben alle werknemers onder bepaalde voorwaarden recht op een transitievergoeding.
Deze voorwaarden zijn:

  •  als zij ten minste 2 jaar in dienst zijn geweest;
  •  de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever is bëindigd.

Deze transitievergoeding wordt afhankelijk van de duur van een dienstverband.
De ontslagen werknemer krijgt per gewerkt dienstjaar 1/3 maandsalaris als vergoeding. Heeft de werknemer 10 jaar of langer gewerkt, dan krijgt hij vanaf het 10e dienstjaar een vergoeding van een 1/2 maandsalaris per dienstjaar. Is werknemer 50 jaar of ouder en heeft hij 10 jaar of langer gewerkt, dan krijgt hij vanaf het 10e dienstjaar een vergoeding van 1 maandsalaris per dienstjaar. Dit geldt niet voor werkgevers met minder dan 25 werknemers.

Geen transitievergoeding
  •  als het ontslag het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer
  •  als werknemer onder de 18 jaar is en maximaal 12 uur werkt
  •  als werknemer de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt
  •  bij faillissement of surseance van betaling

Overgangsregeling transitievergoeding 50plus Voor 50Plussers geldt een overgangsregeling van 1 maand salaris per gewerkt jaar. De overgangsregeling is geldig tot 2020.

Werkloosheidswet (WW)

Op 1 juli 2015:

  •  wordt na een half jaar WW-uitkering alle arbeid als passend gezien.
  •  wordt de inkomensverrekening in de WW ingevoerd.
  • Vanaf 1 januari 2016:
  •  wordt de maximale duur van de WW stapsgewijs teruggebracht. Vanaf 2019 is de maximale publieke WW-uitkering dan nog 24 maanden.
  •  De wet bepaalt dat werknemers die hun baan verliezen zo snel mogelijk van werk naar werk moeten worden begeleid.
Wat betekent de Wwz voor werkgevers met BBL leerlingen?

Vooral de Ketenregeling en de transitievergoeding is belangrijk t.a.v. BBL leerlingen.

Ketenregeling en BBL

De ketenregeling is niet van toepassing op werknemers onder de 18 jaar.
De ketenregeling is sinds 1 juli 2015 niet meer van toepassing op arbeidsovereenkomsten die zijn aangegaan in verband met een BBL (art. 7:668a lid 10 BW). De regering achtte het onwenselijk – gelet op de aard en doelstelling van deze arbeidsovereenkomsten – dat binnen de opleidingsperiode, na 24 maanden of 3 contracten, een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zou ontstaan. Dit betekent dus dat BBL-leerlingen, die langer over hun opleiding doen, hun opleiding in het bedrijf af kunnen maken zonder dat de werkgever ze in vaste dienst hoeft te nemen.
In dit kader is het voor werkgevers dus belangrijk om een schriftelijke arbeidsovereenkomst aan te gaan met de BBL-leerling, naast de (praktijk)leerovereenkomst. In de arbeidsovereenkomst moet duidelijk vermeld staan dat deze is aangegaan in verband met een BBL.

Transitievergoeding en BBL

De transitievergoeding is niet van toepassing op werknemers onder de 18 jaar.Per 1 juli 2015 zijn werkgevers een transitievergoeding verschuldigd bij het einde van een arbeidsovereenkomst die ten minste twee jaar heeft bestaan. Ter voorkoming van te hoge kosten bestaat voor opleidingsbedrijven de mogelijkheid de kosten van de BBL-opleiding (zgn. ‘inzetbaarheidskosten’) in mindering te brengen op de aan de periode van opleiding toe te rekenen transitievergoeding. Hier moet gedacht worden aan collegegeld dat door het opleidingsbedrijf betaald wordt, begeleidingskosten, kleding- en materiaalkosten. Loonkosten vallen hier uitdrukkelijk niet onder.

EEN VAKMAN/VAKVROUW IN UW BEDRIJF OPLEIDEN IS MAKKELIJKER DAN U DENKT

Ook een ZZPer kan een vakvrouw/vakman opleiden.

Leerlingen hebben een frisse kijk op uw onderneming en nemen actuele kennis en nieuwe inzichten met zich mee; belangrijk voor een gezonde mix van jong en oud.Als u een vakman/-vrouw nodig hebt op MBO-niveau, dan kunt u deze ook zelf opleiden. Dit kan in bijna alle vakrichtingen en op alle niveaus (MBO-niveau 1, 2 3 of 4). Het reguliere onderwijs biedt de volgende mogelijkheden:

Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL):

Hierbij biedt u de leerling  een leer-arbeidsovereen-komst aan. De leerling werkt en leert bij u in de praktijk, meestal 4 dagen per week (minimaal 20 uur per week) en ontvangt een salaris. Daarnaast gaat hij/zij 1 dag per week naar school.

De Beroeps Opleidende Leerweg (BOL):

Hierbij loopt de leerling gedurende 1 of 2 dagen per week stage bij uw onderneming en de leerling krijgt een stage-overeenkomst. De leerling gaat daarnaast 3 tot 4 dagen per week naar school (soms worden intensievere stageperiodes afgesproken).

De op te leiden vakman/-vrouw kan een medewerker zijn die u reeds in dienst heeft. Het kan ook een nieuwe medewerker zijn die op een BBL-vacature reageert of een BOL-leerling die bijvoorbeeld via een ROC geworven kan worden.

Erkenning als Leerbedrijf

Zowel voor BBL als BOL is het noodzakelijk dat de praktijkervaring die een leerling bij de onderneming kan opdoen aansluit bij de opleiding die hij/zij gaat volgen. De leerling ervaart in uw onderneming immers het belangrijkste van de opleiding: de praktijkvaardigheden. Vandaar dat het van belang is dat u de leerling ook goede begeleiding biedt.

Om leerbedrijf te kunnen zijn, moet uw onderneming voor een specifieke opleiding of niveau erkend worden door de SBB (Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven). De voorwaarden voor erkenning kunnen bij de SBB worden opgevraagd. Aan de erkenning zijn geen verplichtingen of kosten verbonden en kan aangevraagd worden bij de SBB via de website: https://www.s-bb.nl/bedrijven/erkenning/erkenning-aanvragen

Begeleiding van de leerling

Bij de begeleiding van de leerling speelt de praktijkbegeleider - een medewerker van uw onderneming - een belangrijke rol. Bij de Erkenning als Leerbedrijf wordt door de SBB vastgesteld of de begeleiding goed geregeld is. Soms is het nodig dat de praktijkbegeleider nog een cursus voor deskundigheidsbevordering als begeleider volgt.

Het SBB ondersteunt de praktijkbegeleider binnen het bedrijf bij zijn/haar begeleidende taken.Vanuit het ROC wordt de leerling ondersteund door een stage- of BPV-begeleider.

Leerlingen kunnen ingeleend worden via gespecialiseerde organisaties. Zij verzorgen ook de begeleiding en de meeste administratieve zaken.

Ondersteuning door LeerWerkLoket

Wanneer u ondersteuning nodig heeft bij het Erkend Leerbedrijf worden, bij het vinden van een BBL- of BOL-leerling of wanneer u andere vragen heeft op het terrein van Leren en Werken, kunt u contact opnemen met het LeerWerkLoket Drechtsteden en stel uw vraag via:  lwl.drechtsteden@lerenenwerken.nl

Wij nemen dan snel contact met u op.

Zie ook onze website: www.drechtsteden.lerenenwerken.nl

De belangrijkste subsidiemogelijkheden

Specifieke subsidies wanneer u iemand op een BBL-vacature  aanneemt:

Subsidie Praktijkleren:

Deze subsidie is een tegemoetkoming in de kosten van de werkgever voor begeleiding van een leerling, deelnemer of student. De subsidie bedraagt maximaal € 2700,- per leerling per jaar. Voor meer informatie en aanvragen zie:www.rvo.nl/subsidies-regelingen/subsidieregeling-praktijkleren

Sectorale subsidies:

Afhankelijk van de sector waarin u werkzaam bent en de cao waaronder u valt zijn in een aantal gevallen ook extra subsidies beschikbaar voor Leerwerkplekken.

Overige subsidieregelingen voor doelgroepen (waaronder BBL):

UWV/WSP: www.uwv.nl/werkgevers/werknemer-met-uitkering/index.aspx .

  • Wanneer u iemand in dienst neemt met een uitkering van het UWV (WW).
  • Voor werkzoekenden met een WIA, WAO, WAZ- of (oude) Wajong-uitkering.

Sociale Dienst Drechtsteden/Baanbrekend Drechtsteden: www.baanbrekenddrechtsteden.nl/werkgevers

  • Voor werkzoekenden die onder de Participatiewet vallen.
  • Voor werkzoekenden met een arbeidsbeperking (o.a. in het kader van de banenafspraak).

Belastingdienst (www.belastingdienst.nl)

  • Premiekorting bij in dienst nemen van oudere werknemers (mobiliteitsbonus) wanneer u een werknemer aanneemt van 56 jaar of ouder en die direct voor indiensttreding een WW- of WWB-uitkering kreeg.

Sectorale subsidies:

  • Afhankelijk van de sector waarin uw onderneming actief is en de cao waaronder de onderneming valt, zijn in een aantal gevallen ook extra subsidiemogelijkheden mogelijk voor specifieke doelgroepen. Zie hiervoor:  www.sectorplannen.nl